Een echte clubman zo noemde hij zichzelf een aantal jaren geleden tegenover verslaggever Ger Meulman. En dat is Wijnand Helder ook. Oranje Nassau is hem met de paplepel ingegoten. Nu neemt hij met ingang van het nieuwe seizoen, dat feitelijk al op 9 juni met de voorbereiding van het eerste elftal begint, afscheid als teammanager/elftalleider. Een portret van deze echte clubman!


Door Siemon Aikema

DSC 0005

Zijn vader Jack Helder was jaren vaste supporter van Oranje Nassau. Hij zat altijd voor in de bus naar uitwedstrijden samen met Geert Lanting. Zijn broer Nico was jaren jeugdleider bij dezelfde club. Dus de liefde voor Oranje Nassau kwam voor Wijnand niet als verrassing. Toen hij twaalf jaar was. eerder mocht je eind jaren zestig niet voetballen bij een club werd hij lid van de club. Voetballen was zijn lust en zijn leven. Uit zijn verhalen weet ik, dat hij niet altijd de beste vriendjes was met de scheidsrechter. Nog een ander opmerkelijke opmerking van hem: “Die mag volgende week aanvoerder worden”, als er iemand weer een bal huizenhoog de lucht in schoot.

Wijnand doorliep de C-junioren en de B-junioren. Bij de A’s hoorde hij bij de bijna legendarische selectie die in de districtselectieklasse speelde. Hij mocht, zoals hij zelf eens zei, wel eens mee doen met mannen als Jaap Hindriks, Gerard Molenaars, Tom Wonderman en vele anderen. Mooi zei hij dat, je mocht meespelen met spelers waarvoor de scouts van FC Groningen wekelijks aan de lijn stonden. In de seniore voetbalde hij twee seizoenen in het zevende elftal, een vriendenclub waar iedereen onder nummer 7 speelde.

De rest van zijn seniorentijd voetbalde Wijnand bij Wagenborger Boys. Af en toe kwam hij nog wel eens bij ON kijken. Want in zijn hart wist hij dat Oranje Nassau echt zijn club was. In die tijd liep ik hem ook weer tegen het lijf. Omdat ik in Delfzijl woonde en hij in Meedhuizen gingen we vervolgens vaak samen naar de thuiswedstrijden van Oranje Nassau. Dat Wijnand het eerste trouw volgde viel ook het bestuur van Oranje Nassau op. Zij boden hem, in de persoon van Kor Mollema, een vrijkaart aan voor alle uitwedstrijden. Dat was in een periode toen Oranje Nassau in de hoofdklasse speelde. Wijnand was ook de eerste supporter die, samen met mij, ieder seizoen een wedstrijdbal aanbood.

Door zijn grote betrokkenheid bij de club en met name bij het eerste elftal werd hij in 2013 gevraagd om elftalleider te worden. Als ik het wel heb werd hij destijds benaderd door Simon van Huis, die destijds TC-lid was. Een nieuwe trainer (Hans van der Ploeg) en een nieuwe elftalleider (naast de legendarische Wim Haan) zo ging Oranje Nassau het nieuwe seizoen in. Voor Wijnand een nieuwe ervaring: scheidsrechters regelen, zorgen voor materialen, regelen van vervoer en nog vele andere taken, die hij had. Als ik het goed heb was Wijnand de opvolger van Rob Vos. Hij genoot zeker van deze functie bij het eerste elftal. Hij kreeg eens de vraag hoeveel tijd hij kwijt was aan de club. Zijn antwoord was typerend voor Wijnand: “Je bent die tijd natuurlijk niet kwijt want je doet het graag voor de club”
In zijn tweede jaar als elftalleider had Wijnand nog een stevige aanvaring met Patrick Zwart, de toenmalige trainer van Buitenpost. Het volgend jaar moest hij met deze nieuwe trainer samenwerken. En ook dat typeert deze clubman. Hij kan zeker ontzettend boos worden, maar hij blijft dat meestal niet erg lang. Met Patrick Zwart beleefde Wijnand één van de meest succesvolle jaren. ON 1 werd dat seizoen kampioen van de eerste klasse. Dat jaar was mede-elftalleider Wim Haan na een herseninfarct ook uitgeschakeld. Wijnand deed het een tijd alleen, maar wist zijn kameraad Jacob van Aperloo te strikken voor een nieuw duo-schap. Dat leverde volgens Wijnand weinig problemen op, tenslotte kennen ze elkaar al 40 jaar.

Hoofdklassevoetbal was de mooiste ervaring van deze gedreven elftalleider. Helaas voor hem heeft hij dat maar één seizoen mee mogen maken. Toen hij in 2019, inmiddels onder de huidige trainer Erwin Heerlijn, overwoog om met het elftalleiderschap te stoppen merkte hij op, dat hij nog door zou gaan als ON zou promoveren naar de hoofdklasse. Oranje Nassau promoveerde niet, in de nacompetitie werd de club uitgeschakeld, maar Wijnand bleef toch onder andere op aandringen van de trainer, nog een jaar. Ondanks zijn beperkingen door medische ongemakken bleef Wijnand waar mogelijk in functie. In dit laatste jaar viel hem dat wel moeilijk. Door de vele tegenslagen kon hij niet optimaal functioneren. Maar het tekent hem, dat hij zo veel mogelijk toch bij de wedstrijden van Oranje Nassau aanwezig bleef. Niet altijd meer als elftalleider, maar in ieder geval nog als toeschouwer. Mede daarom verdient deze clubman pur sang deze aandacht. Voor hem was het jammer dat het seizoen 19/20 in maart abrupt ten einde kwam. Hij had beter verdiend, maar het is niet anders.

Wijnand bedankt voor al de werkzaamheden, die je voor Oranje Nassau hebt gedaan de afgelopen jaren. Je was er uren mee zoet, maar je deed het graag. We hebben zelfs meegemaakt, dat je je vakantie er voor verzette. Dat was voor de toenmalige trainer Patrick Zwart aanleiding om jou als voorbeeld te stellen voor selectiespelers, die niet allen de zelfde instelling hadden. We hopen, dat er nog een gelegenheid komt om te midden van de selectie afscheid te nemen.

Volgend seizoen zal Wijnand, als zijn gezondheid dat toelaat, vast en zeker weer steevast met een vast groepje, met Joop Jilderda en mij, achter het doel van de tegenstander staan bij thuiswedstrijden. We hebben hem er jaren gemist en zien hem graag weer terugkomen. En natuurlijk in de pauze van de wedstrijd koffie met gevulde koek nuttigen.